inhoud    kalender    koncertberichten    lpd007    vermont    logos on the road    kolofon

 

LOGOS DUO in VERMONT


deel 3

 

(wat voorafging) (deel 4)

Burt Porter, die ons helemaal van Dartmouth naar Barton reed, is niet te overtuigen even binnen te komen. "I badly need my bed", is het enige wat hij als verklaring geeft. Ik ben wat blij dat ik erin geslaagd ben hem anderhalf uur aan de praat te houden, zodat hij geen kans had om achter het stuur in slaap te sukkelen. Nu moet hij nog slechts een tiental minuutjes rijden, vooraleer hij opnieuw thuis is. We bedanken hem uitvoerig en nog voor we binnen zijn, start hij de motor. Hij wacht wel even om er zich van te vergewissen dat we binnen raken - je weet maar nooit met die nieuw gekopieerde sleutels. Zodra de voordeur wijkt, hobbelt hij achterwaarts het pad af en verdwijnt in de duisternis. Doodse stilte alom. Wat een opluchting dat de elektriciteit ingeschakeld is en het licht brandt.

Het huis ziet er heel uitnodigend uit. Grote gebloemde kussens op een houten bank in de inkomhal. Trapje af en we staan in een gezellig salon. Alweer gebloemde kussens op de zetels rond een kleine open haard. Bizar, nergens herken ik de hand van onze vriend Charlie Morrow, wiens buitenverblijf dit is. Een fotootje van hem, zijn Kroatische vrouw en hun dochtertje, verzekeren me ervan dat we wel degelijk in het juiste houten huis beland zijn. Je weet maar nooit. Het interieur doet Brits aan en plots moet ik denken aan Laura Ashly... he ja, gewoon een realiteit geworden pagina uit een woonkatalogus. Kijk daar, die grappige korte gordijntjes boven deuren en vensters. Op onze verkenningstocht in ons gloednieuw verblijf, ontdekken we een post it memo briefje op het aanrecht. Een vriendelijk welkomstwoord van Christine, de vrouw die ook voor de sleutel heeft gezorgd. De ijskast heeft ze volgepropt met lekkers, want Charlie heeft haar klaarblijkelijk ingelicht dat we geen auto en Godfried-Willem zelfs geen rijbewijs heeft. Ze schrijft dat ze morgen zal bellen om te horen wat we verder nog nodig hebben en biedt aan ons een van de komende dagen mee uit winkelen te nemen naar Barton. Je kan wel merken dat je hier niet in New York bent. Zo'n beminnelijke vriendelijkheid van een onbekende is daar gewoon ondenkbaar. Plots komt me het eerste onthaal in The Big Apple terug voor de geest. Nietsvermoedend had ik op een foute deur in het appartementsgebouw, waar we The Experimental Intermedia Foundation zochten, aangeklopt. Een schorre stem had me van achter de gesloten deur toegesnauwd: "Who are you and what do you want". Op mijn vraag waar we ons moesten wenden, had de stem me bitsig toegeblaft: "Not here" en verder werd er geen woord meer aan toegevoegd. Welkom bij je eerste bezoek aan de "Free World", had ik als verweer bij mezelf gedacht. O, wat ben ik blij dat we in Vermont en niet in een grootstad zijn uitgenodigd deze keer.
Na een vlug, geimproviseerd avondmaal, verkennen we de verdieping, waar een verleidelijk bed ons zonder veel omhaal weet te overtuigen eens heerlijk uit te slapen. Morgen een volledig vrije dag, alleen temidden van de uitgestrekte wouden. Charlie komt immers pas tegen de avond van de dag daarna.

Wat een verrukking 's morgens te ontwaken met uitzicht op het groene woud. Het raam naast het bed reikt van vloer tot zoldering. Het venster rechts bestaat uit drie afzonderlijke delen en doet denken aan een kerkraam. Het ochtendlicht valt difuus binnen en dompelt de ruimte in een haast sakrale sfeer. Buiten zijn enkel vogels te horen. Eerst Charlie had ons, nog voor ons vertrek, telefonisch aangeraden, de kamer beneden naast de woonkamer als logeerkamer in te richten. Maar plots was hij van idee veranderd. "You know what, you go upstairs and sleep in the master bed of the main room". "The view in the morning is fantastic", had hij eraan toegevoegd en of hij gelijk heeft!

We ontbijten uit de "fridge" en ik popel van ongeduld om de omgeving te verkennen. Aan de randen van het grasveld rondom het houten huis waar we logeren, staan afwisselend loof- en naaldbomen. Tussen de stammen van de loofbomen bemerken we bizarre horizontale lijnen. Dat verdient een inspektie van naderbij. En ja hoor, ons vermoeden wordt bewaarheid. Die bomen zijn de bekende ahornen of esdoorns die worden afgetapt voor de 'maple sugar' winning. Vroeger gebeurde dit door een metalen plug in de stam te slaan en een emmer onder de druppende opening te hangen. Tegenwoordig is dit gebruik vervangen door een netwerk van plastiek buizen die van boom tot boom doorheen uitgestrekte delen van het woud het hars opvangen en tot bij de vergaarbakken in de 'sugarbarn' voeren. Een ingenieus systeem, ware het niet dat de eekhoorns vlug ontdekten dat die leidingen een heerlijk zoet vocht bevatten. Een buisje doorknagen is voor hun scherpe voortandjes kinderspel -of zal ik zeggen eekhoorntjesspel- en de buit is een niet te versmaden lekkernij: een onafgebroken gedruppel suikerzoet vocht. Wat wil je in je eekhoornleven meer? Dit lijkt wel sterk op het aards paradijs.

We slenteren langs de zoom van het woud en ontdekken frambozen en braambessen a volonte. In het gras vinden we paardenbloemenplantjes bij de vleet. Die gaan we straks oogsten als welkome groenten bij ons avondmaal, want fruit en groenten kopen zit er hier blijkbaar niet in. Wel willen we op zoek gaan naar die 'grocery store', waar Burt gisteren over sprak. "It's only a five minutes walk", had hij beweerd, maar eens we aan het stappen zijn, merken we reeds vlug dat het weer een typische 'autobestuurder-vijf-minuten' is. We stappen en stappen en de houten boerderijen trekken in trage gestage kadans voorbij. Wanneer een schaarse auto ons pad kruist, wuift de bestuurder hartelijk. Na een fikse wandeling van een goeie twintig minuten komen we bij een viersprong met een kleine kluster gebouwen, die wat dichter bij elkaar staan. Dit moet West Glover voorstellen. Een houten kerk, een brandweergebouwtje dat tevens als ambulancedienst funktioneert en na wat zoeken, ja hoor, een heuse kruidenier. Een Amerikaanse vlag wappert nationalistisch tegen de houten gevel. Een klein afdakje boven een mini-terras met links en rechts een paar treden, leidt de klant tot bij de voordeur. Het gebouw lijkt zo uit een westerndekor te zijn weggelopen. Wanneer ik de gamele deur openduw, tingelt een bel en schreeuwt een papegaai vrolijk 'welcome'. De vrouw aan de toonbank bekijkt ons onderzoekend van kop tot teen. Vreemdelingen in West Glover? Dat komt ze duidelijk ook niet alle dagen tegen! We kijken benieuwd rond wat er zoal te koop is en Burt had gelijk: konserven en blikjes en blikjes en konserven. Melk is zowat het enige verse produkt, want de geplastifieerde gesmolten kaas kan je maar moeilijk voor verswaar laten doorgaan. Vreemd, toch is er een rek vol souvenirs, maple syrup in alle geuren en kleuren, als candy, pasta, cream of sugar en vanzelfsprekend als siroop. Ik ontdek zelfs een draaimolentje postkaarten! Komt dan toch toerisme in dit godvergeten nest? Neen, jagers uit andere delen van Vermont... jagen is hier de nationale, pardon -regionale- sport.
Waarom geen kaartje sturen naar het thuisfront, beslis ik bij mijn derde bezoek aan dit bizarre winkeltje. Vers brood kan je op bestelling laten bakken en dat is natuurlijk leuk meegenomen. Wat zouden we hier anders drie maal te zoeken hebben? De vrouw kent ons ondertussen al een beetje, is ons zicht gewoon geworden, weet dat we musici zijn en heeft van onze zelfgeplukte slaatjes gehoord. Wanneer ik haar naar het postkantoor vraag, straalt ze zowaar. "This is the postoffice, my dear! Come with me to the back, here I can't sell you any stamps." Ze troont me mee tot achteraan in de winkel, verdwijnt achter een dun houten scherm. Schuift een loketje open en speelt waarachtig voor postbediende. "Oh, to Europe... no idea.... just a moment, dear." Ze duikt in brochures en boekjes allerhande en terwijl ze opsnort hoeveel postzegels er nodig zijn voor een transatlantisch kaartje, kijk ik eens aandachtig rond. In de zijmuur zijn postbussen gemaakt. De inwoners die te ver verwijderd zijn van het piepkleine centrum, moeten hier blijkbaar ook hun post komen ophalen. Links de cola-flessen, voor me het geimproviseerde loket, aan de andere zijde de brievenbussen en achter me de Vermont-souvenirs. Van efficientie gesproken. Na een hele poos overhandigt de winkelierster, nu als postbeamte, me fier de airmail klevertjes. Wat had ik gedacht... dat er hier geen vliegtuigpost verzonden kon worden? En wacht maar, wat zal ik opkijken, wanneer ik bij mijn thuiskomst vernemen zal, dat drie dagen later de postkaartjes al in Gent op de tafel lagen ...

(deel 4)                    M.D.