inhoud    kalender    koncertberichten    Website    J. Voguet    strijkkwartet    Ikeru    Indonesie    logos on the road    kolofon

 

koncertberichten

 

 

SACHIKO M & TOSHIMARU NAKAMURA ('no-no duo')


Sachiko M (de M staat voor Matsubara) leerde de knepen van het vak als 'bruiteuse' in het theater. Ze werd er ontdekt door draaitafelvirtuoos Otomo Yoshihide, die haar meteen uitnodigde in zijn noise groep Ground Zero, waar ze de samplers bediende. Later richtte ze haar eigen CD label op (Amoebic) en ging met diverse musici samenwerken, zoals o.a. Martin Tétréault, Jon Rose, Evan Parker, Jim O'Rourke, Steve Beresford of Günter Müller. Zij is zich als maar meer gaan koncenteren op het geluid, eerder dan het anekdotische karakter van de samples, om uiteindelijk te belanden in een uiterst uitgepuurde wereld van sampleloze samplers, sinustonen en feedback (solo, in duo met Toshimaru Nakamura, of in het I.S.O. trio, met Otomo Yoshihide, die CD-loze CD-spelers gebruikt, plaatloze draaitafels en een slagwerker (Ishiraku Yoshimitsu) wiens instrumentarium zich beperkt tot een mikrofoon en een kom water).

Toshimaru Nakamura is gitarist en mengpaneel bespeler. Hij ontwikkelde de laatste jaren een unieke stijl die hij omschrijft als 'no-input mixing board' waarbij uitsluitend de terugkoppeling mogelijkheden van het mengpaneel benut worden. Als gitarist werkt hij samen met de Amerikaanse slagwerker Jason Kahn (Repeat). Sinds 1996 is hij ook 'sound designer' voor danser Kim Ito en sinds 1998 organiseert hij in Tokyo maandelijkse improvisatiekoncerten.

"Net als Fred Frith's 'table top' onderzoek naar wat nu juist een elektrische gitaar is inzake hout en metaal, onderzoekt Sachiko de feitelijke identiteit van de sampler, eens dat hij ontdaan is van alle samples. Digitale sinusgolven scheuren, spinnen, pulseren en pannen in een fetishistische homage aan de machine die de muziek van het einde van de muziek van de 20ste eeuw als geen andere domineert. '100 per cent free memory sampler' noemt ze het. Het zal dan ook niet verbazen dat ze weinig of niets te vertellen heeft over een muziek die zo intens in de leegte staart. 'Dit zijn mijn favoriete geluiden', zegt ze. 'Ik speel altijd mijn favoriete klanken.' Klank, eerder dan het instrument, is esentiëel voor Sachiko. Op de duo CD 'Un', verschenen op het Meme label, zingt haar lege sampler naast Toshimaru Nakamura, die zich beperkt tot de feedback van zijn mengpaneel."
(Clive Bell, in Wire)

"Binnen de hedendaagse Japanse muziek is er een fascinerende beweging naar een techno-futuristische ruimte en de technologische rampen die de nieuwe elektronische machines inhouden; vormen die misschien voor het eerst door Japanners bezield werden. Het gaat wellicht terug tot de Koreaanse kunstenaar Nam June Paik en de Japanse Fluxus tak: Takehisa Kosugi en Yasunao Tone met de elektro-akoestische improvisaties van de Ongaku groep begin jaren '60, de elektronische installaties van Mieko Shiomi, de eerste performances voor CD speler in 1986 van Yasunao Tone en werken als "Radio Music" en "Unfinished Music" van Yoko Ono.

"De technologieën zijn haast als een andere natuur. Wij kunnen ze niet ontwijken, zoals we de wind, het licht, de zon, het water niet kunnen ontwijken." schreef Mieko Shiomi (*).

In de relatie van de hedendaagse schepper tot de machine heerst een zekere afhankelijkheid van wat we de technische ideologie kunnen noemen; de opvatting dat de moderniteit, of de esthetiek ervan, slechts uit de technologie kan ontstaan. Eén van de centrale vragen die gesteld wordt m.b.t. de elektronische muziek, is die van het auteursschap, het ontologische identiteitsprincipe. De elektronika herschept het lichaam en het geheugen, of liever het kollektieve lichaam in een permanente geheugenmix. De muzikant verdwijnt thans in het gladde lichaam van de machines die hem verlengen en vervangen.

"Ik denk niet dat de elektronika de dingen herschept. Wanneer ik met de sampler en de sinusgolven speel ben ik weinig begaan met geschiedenis, konstruktie of relatie. Ik maak geen vormen, ik bouw niets. Het is mijn muziek. Er is geen boodschap, zo wil ik het ook. Ik vind de technologieën onbelangrijk."

Sachiko M verwijst naar geen enkele invloed, zij is als geheugenloos en vorm ziet zij slechts als een tijdelijk gegeven, permanent in beweging. Sachiko M onderzoekt de verborgen taal van de machine. Improviserend richt zij zich tot de esthetische en relationele mutaties die door de nieuwe technologieën gegenereerd worden. Zij veroorzaakt klankongevallen in hun gesloten schakelingen. Zo vormt en kneedt zij de geheime geluiden van de technologieën binnen een uitgezuiverde klankomgeving.

Vandaag werkt zij vooral in het 'sampling-hiernamaals', waarbij zij alle geheugen van de sampler wist, een soort esthetiek van de verdwijning, sonoor kannibalisme. De sampler is met zichzelf verbonden, als een slang die in haar eigen staart bijt.

Een muziek van het onhoorbare, het geruis van machines in een onderling sociaal verband waar wij uitgesloten zijn. "Ik begin na te denken nadat ik mijn sampler heb aangezet. Uiteraard ken ik alle funkties van de machine. Maar mijn geluiden heb ik niet op voorhand gemaakt. Alleen de vertrekklanken zitten in mijn hoofd. Indien de luisteraar iets anders hoort dan het originele geluid stoort mij dat geenszins." Hoe extreem het resultaat ook mag lijken geniet zij duidelijk op heel eenvoudige wijze van de klankproduktie. Zij wenst geen ambigue relatie met de luisteraar. Sachiko Matsubara is eerder een klankdesigner in een futuristische wereld. Wij kunnen haar werk ook horen als een poëtisering van het elektronische geluid, een Cageiaanse onderneming, waarbij de muzikant elke intentie, elke narratieve emotionaliteit terzijde laat om de zuivere klank te laten verschijnen.

"Wij denken dat elk geluid onafhankelijk en volledig op zich is, en niet slechts een funktioneel onderdeel." dit standpunt van Mieko Shiomi had ook van Sachiko M kunnen komen."

(*) in "La musique depuis 1945 - Matériau, esthétique et perception" samengesteld door Hughes Dufourt en Joël-Marie Fauquet (ed. Mardaga).

(naar 'Sachiko M', door Michel Henritzi in Revue et Corrigée, februari 2000)

 

 

KRIS DE BAERDEMACKER

Programma

Study 8 voor player piano en piperola
Study 7 voor player piano en virtuele vibrafoon en celesta
Radiomix, elektro-akoestisch
Zwoap2, elektro-akoestisch
Study 6 voor player piano
Soundscape study 1: "traffic counterpoint"
Stuk voor 2 gitaren

Study 6: vijf "grondakkoorden" vormen een sequens die herhaald wordt waarbij elke akkoordnoot in een andere oktaafligging klinkt. De oktaafliggingen zijn zodanig gekozen dat de akkoorden ("omkeringen") een harmonische beweging suggereren die in een welbepaalde zinsbouw resulteert. Doordat de progressies zeer traag verlopen, krijgt het stuk een rustig, enigszins meditatief karakter.

Study 7: aan de basis van het stuk ligt een patroon met korte noten dat door mini-kanons tot frasen opgebouwd wordt. Door voortdurende verschuiving van de inzetten van het patroon ontwikkelen zich nieuwe melodische en ritmische konstellaties.

Study 8: het uitgangspunt voor deze kompositie is het zelfde als dat bij nr 7. Alleen bestaat het patroon uit een snelle opeenvolging van een viertal akkoorden.

Radiomix is een elektro-akoestische kompositie waarbij de radio diende als vindplaats van klanken. Het wordt een montage van tekst- en muziekflarden (duur van elk muziekfragment is ca. 1 sec.).

Zwoap2: wordt een stereoversie van oorspronkelijk een 8-kanaals-stuk voor Soundtravels, een projekt rond automatische spatialisering van e.a. muziek. Het klankmateriaal bestaat uit opnames van metalen buizen, platen met een elektro-magnetische mikrofoon.

Soundscape study 1: wordt een eerste poging om een klankomgeving, een "soundscape" in de letterlijke zin, als kompositie te presenteren. Sommige kruispunten in Gent hebben op spitsuren een zekere muzikaliteit: auto's die gas geven aan een kruispunt, voorbijrijdende trams en bussen, een hollende voorbijganger, getoeter en geroep … het levert een interessant geluidverhaal op.

Stuk voor 2 gitaren: het stuk wordt een verkenning van enigszins ongewone klanken die niet direkt met gitaren te associëren zijn (dit werk wordt uitgevoerd door Kristof Lauwers en Thomas Smetrijns).

 

 

STEVE RODEN


Steve Roden is een audiovisuele kunstenaar uit Los Angeles. Hij studeerde toegepaste kunsten aan het Art Center College of Design in Pasadena (1989) en schone kunsten aan de Otis Parsons School in Los Angeles (1986). Sinds 1989 zijn Roden's visuele en sonore aktiviteiten nauw verbonden. Hij stelde simultaan klankinstallaties en schilderijen tentoon, en beide domeinen heeft hij vaak vermengd, met klankwerken in visuele kontexten en visuele werken binnen de klankwereld. Klank is gewoon een ander, evenwaardig medium, naast schilderkunst, beeldhouwen en film.

Roden's werken zijn een kombinatie van konceptuele strategieën en intuïtieve bewegingen. Gevonden strukturen en systemen worden uit hun intenties gelicht en gebruikt als de basis voor improvisaties. Objekten en veldopnames worden verwerkt tot klankruimten, of 'mogelijke landschappen'. Veel van de opnames gebruiken hoofdzakelijk één enkele klankbron. Op een recente reeks mini CD's worden telkens modernistische design objekten als klankbron gebruikt: zoals een kruk ontworpen door Charles Eames of een Bertoia stoel. De werken zijn nooit luid of dramatisch, maar stellen zichzelf voor met en esthetiek die Roden als 'lower case' omschrijft.

Roden bracht verschillende CD's uit onder z'n eigen naam, of onder de naam 'in be tween noise' op diverse labels (Trente Oiseaux (D), Sonoris (F), gmbh (F), Anomalous Records (USA) en Meme (J)). Roden's werk verscheen ook op diverse kompilaties, waaronder het Tulpas projekt van Ralf Wehowski.

Hij bracht performances in galerijen, , musea, theaters, koncertzalen, en andere alternatieve ruimtes wereldwijd: Lace (Los Angeles), ICA (Londen), Zenkoji Tempel (Osaka), Uplink (Tokyo) en diverse festivals zoals Musiques Ultimes (Frankrijk), Interzone One (Japan), Isea 98 (Engeland), Sampling Rage (Duitsland) en Red O (Spanje).
Hij stelde ook klankinstallaties op in een aantal musea en galerijen, zoals University Art Museum (Tempe, Arizona), Jennjoy Gallery (San Francisco), Beyond Baroque Literary Art Center (Los Angeles) en onlangs nog het werk 'mir' in Studio 5 Beekman (New York).
In 1999 was hij mede samensteller en uitgever van de publikatie 'site of sound - architecture and the ear', een onderzoek naar de verhoudingen tussen klank en architektuur, met bijdragen van diverse architekten, klankkunstenaars en critici, waaronder Christina Kubisch, Moniek Darge en Pierre Koenig.
De laatste 3 jaren werkt hij ook samen met videast Doug Aitkin voor wiens video installaties hij het audio gedeelte verzorgt (het werk werd o.m. getoond op de laatste Biënnale van Venetië en binnenkort op de Whitney Biennial 2000.)
Als beeldend kunstenaar stelt hij werledwijd tentoon sinds 1986. Recente tentoonstellingen vonden plaats in Drawing Center (New York), the Guardshack (Santa Monica), Jennjoy Gallery (San Francisco), Kunsthallen Brandts Klaedefabrik (Odense, Denemarken).
Dit jaar zal Roden verschillende audio projekten realiseren, waaronder een werk gebaseerd op Tadao Ando's watertempel, als onderdeel van de architektuurreeks op het New Yorkse Caipirinha label. Hij zal ook een nieuw werk uitbrengen op Trente Oiseaux.