inhoud    kalender    koncertberichten    infoshop    koncertverslag 27/1    logos trio in Indonesie    kolofon

 

Logos Trio in Indonesie (deel 8)
(wat voorafging) (deel 9)

 

 

De kronkelende weg stijgt gestaag. De vulkaankrater ligt verscholen in het groen. Bandung is omgeven door verschillende -ik noem ze liever 'vuurspuwende bergen'- . Jammer dat men in de Engelse taal niet over 'firespitting mountains' praat. Dat spreekt zoveel meer tot de verbeelding. Maar eens bij de top van onze berg, krijg ik een heel ander beeld te verwerken, dan wat ik me had voorgesteld. Geen vuur en geen berg. Eerder een tandenloze, drakenmuil, die nog stinkt ook. Een vaalgrijze kom met eroderende wanden. Op de bodem een soort grauwe soep. Slecht omgeroerd: witte schuimslingers meanderen over het oppervlak. Hier en daar pluffende blubbers die rookslierten laten ontsnappen. En wat een sulferstank. Maar veel tijd om rustig bij het indrukwekkende schouwspel te mediteren, wordt ons niet gegund. Trossen verkopers zwermen op ons af. Ha, de argeloze toerist die hier uitstapt met een kamera. Turkoois en zwavelstenen, hoornen lepels en batik stoffen, mini-angklung instrumenten, reeds bij voorbaat ingepakt… aan alles is gedacht. Ook aan dat weke hart dat de geldbeugel openen zal. Ik voel me verscheurd, maar beslis gauw me gewonnen te geven. Op slag heb ik een schare pseudo-aanbidders achter me aan. Ze helpen me met zoveel mogelijk handen een deel van de vulkaankrater rond. 'Madam' zouden ze wel op handen willen dragen, want ze heeft nog meer geld ook. Ik kan ook geen komedie spelen. Kijk in die donkere ogen en ben verloren. Verhalen over onschuldige bloedjes van hongerende kinderen en zieke echtgenotes, overgieten op de koop toe iedere weigering tot kopen. Wrange gewetenssaus. Ik baal ervan en kan hen tegelijk geen ongelijk geven. Ik haat de rijke toerist die ik -voor hen- ben. Wat doen wij hier ook? Maar wat doen zij hier ook? Waar is de tijd dat op de bergen enkel goden hoorden te wonen. Maar is het niet uitgerekend onze westerse konsumptiegod die de vuurspuwende berg heeft ingenomen…Ik snak naar een berg zonder goden. Dan raak ik geïntrigeerd door een vreemde harige krul in een grote bloempot.

Zodra ik mijn ogen twee seconden lang laat rusten op het bizarre ding, wil men ook dat op slag verkopen. Maar deze maal hou ik voet bij stuk. "Not buying. What is it?" Na lang heen en weer gepalaver, kom ik uiteindelijk aan de weet dat het een jonge boomscheut is, die de toepasselijke bijnaam "Money Tail" draagt.
"Of ik hem dan toch niet wil kopen?"
"Neen, teveel om dragen…"
"Ja maar wij dragen dat wel voor jou."
Grote griezels, hoe raak ik hier onderuit. Zouden zij ooit in een vliegtuig hebben gezeten? Of door de douane zijn gegaan. Ik zie me al bij de check-in balie:
"Mooi he, Mevrouw" … "this monkey tail for my Belgian garden…"
Een turkoois snoer brengt redding. Het blauw is zo diep dat ik me er op slag in verlies. Beladen met een pak extra bagage, sla ik nog een laatste vertwijfelde blik in de opengesperde drakenmuil. Geen vuur maar konsumptieartikelen spuwt onze berg. Beter had hij als gulzige draak al van bij het prille ochtendgloren eerst zo vervaarlijk gebruld dat het merendeel was gevlucht en vervolgens het doordrammende toerisme met huid en haar verslonden.
De namiddag na onze vuurspuwendebergavontuur besteden we aan de voorbereidingen van ons koncert. Het Centre Culturel Francais van Bandung lijkt me overdag eerder een Zuidfranse, Noordafrikaanse mengeling te zijn. De koer met tafels en stoelen ademt een 'bistro' atmosfeer. Zelfs de Indonesiërs zijn hier precies alleen maar te gast. De bibliotheek wordt druk bezocht. Meisjes met witte hoofddoekjes giechelen bij de toiletten. Achter de balies zijn nu eens Franse dan weer Indonesische gezichten te bespeuren.
En ja… het versterkingsprobleem. Hoe moet dat opgelost raken? Heinde en ver geen 'responsable' te bespeuren, dus stellen wij alvast maar onze eigen apparatuur op. De technische ploeg voor de lichten komt eerder opdagen dan het audio-team. Ook hier lopen de voorbereidingen kwasi van een leien dakje. De spots worden omhooggehesen, gemonteerd en gericht. Het is steeds een vrij omslachtige bedoening, maar het effekt is zo sterk, dat we het er echt voor over hebben. Muziektheater met professionele belichting is zoveel overtuigender. Tenslotte hebben mensen oren en ogen.
Zo, alles is klaar. Nu nog de audio van de zaal… Na nog een poos wachten worden we stilaan toch wel ongerust en ongeduldig. Bijna vier uur en hoe raken we na vijf nog aan een degelijke geluidsinstallatie. Ik vat al mijn moed samen en begin een ronde van balie naar balie… overal word ik wandelen gestuurd. Dan plots na onverrichterzake naar de zaal te zijn teruggekeerd, daagt een audiotechnieker op. We leggen het probleem uit en er wordt besloten nog inderhaast een nieuwe installatie te proberen huren. Dat wordt even spannend of nu alles nog tijdig rond zal raken. Doch we hebben eerder wel voor heter vuren gestaan en blijven wijselijk het hoofd koel houden.
Net voor de voorstelling is het eindelijk zover. Een bestelwagen materiaal wordt afgeleverd. Alles prima in orde. Godfried-Willem en Joachim sluiten samen met de Indonesische techniekers de versterkers en luidsprekers in een mum van tijd aan. Klaar is kees. Even uittesten. Daar is het eerste publiek al.
De lange zaal met middenrij stroomt overvol. Vooral jonge mensen. Sommige meisjes met witte hoofddoeken, doch lang niet allen. De meeste jongens dragen kleurige hemden op blauwe jeans. Een mengeling van kulturen tot in de vestimentaire outfit duidelijk herkenbaar.
Onze performance wordt op groot enthousiasme onthaald. Even bij aanvang voelde ik mijn hart een tikkeltje vlugger slaan. Maar ja hoor, de versterking doet het prima. "Songbook" en "A Book of Moves" wisselen elkaar af. Tussenin een korte pauze. Als bisnummertje een trio stemimprovisatie. Ook dat mag op heel wat bijval rekenen. Een geslaagd koncert met na afloop de ondertussen reeds klassiekgeworden bestorming van het podium.
Grappig het publiek de Holosound-installatie te zien uittesten. Wat een plezier beleven onze luisteraars hier telkenmale weer aan. Naar gewoonte wordt Godfried-Willem met heel wat technische vragen bestookt. Bij mij komen hier in Bandung kommentaren terecht over inhoudelijke aspekten, over de relatie muziek en beweging, over het waarom van de verschillende sekties in de elektro-akoestische werken.
Ook nieuwsgierige vragen over welke taal we wel spraken tijdens ons vokaal intermezzo. 'Jabbertalk' blijft toch steeds een intrigerend iets. Verbale klanken die verstaanbaar lijken, doch niet begrepen kunnen worden, omdat er geen eenduidige vertaling voor bestaat. Wat staan die stemklanken dicht bij de non-verbale geluiden die ik zo dolgraag uit mijn viool of Malische vedel tover.
Het wordt weer een heel verrijkende, aangename avond tot het publiek de zaal uit is en we na het inpakken van onze apparatuur op de binnenkoer aan een van de tafels plaatsnemen, waar de direkteur van het Centre Culturel ons na afloop van de voorstelling toe had uitgenodigd. Hij ziet ons nog maar toekomen, of hij ontsteekt in een plotse, ons op het eerste zicht onverklaarbare en verrassende woedeaanval. Hij maakt ons in geuren en kleuren uit voor al het lelijke wat hij kan bedenken. Wat een overrompeling. Ik val prompt stil. Joachim en Godfried-Willem proberen nog even tegen te sputteren, maar ook zij laten vrij vlug de woordenstroom over zich heen razen. Ik probeer te achterhalen wat de direkteur nu precies zo dwars zit. Een ononderbroken woordenvloed. Echt veel wijzer word ik er niet van: hij heeft het aldoor over het misleiden van "mon public" . Stilaan meen ik te begrijpen dat hij zich als Fransman hun kulturele opvoeder en geweten aanmatigt te zijn. Onze esthetiek is duidelijk allesbehalve in zijn smaak gevallen en de aap komt uit de mouw wanneer hij "son héros" uit de hedendaagse muziek noemt: Pierre Boulez. Tja, dat we het Parijse Ircam hier verpersoonlijkt zouden ontmoeten, daar hebben we even niet op gerekend. De ziedende woede jaagt zichzelf de hoogte in. 'Monsieur le Directeur" kalmeert allesbehalve: hoe meer hij scheldt, hoe onredelijker zijn verwijten. Eensklaps moet ik me inhouden het toch niet uit te proesten, wanneer hij onze Songbook-kostumes vergelijkt met afgerolde "capotes anglaises".
Arme man, wat een foltering moet het voor hem geweest zijn "son public" zo enthousiast voor ons optreden te zien.
Hij belooft ons plechtig roet in het diplomatieke eten te strooien en onze maaltijd hier mogen we alvast zelf betalen. Hij rept ook met geen woord meer over een symbolische vergoeding. Gelukkig kan ik met een gsm-telefoontje naar de Ambassade in Jakarta meer nakend onheil afwenden. IJlings worden diplomatieke bliksemafleiders gemonteerd, die de spanning bijtijds weten te ontladen.
's Nachts in bed klinken de verwijten me nog lang in de oren na. Even bekruipt me de zin te wenen, maar dan denk ik vlug aan het opgewekte publiek. Ik haal me die honderden stralende gezichten voor de ogen en slaap uiteindelijk vredig in.
Morgen de trein naar Yogyakarta. Dat wordt het hoogtepunt van onze reis, heeft iedereen ons voorspeld. Ik ben er na het kleine incident van Bandung niet zo 100% meer gerust in. Maar gelukkig krijgen de voorspellers gelijk. Yogyakarta ontpopt zich als Indonesisch paradijs.

(deel 9)
M.D.