inhoud    kalender    koncertberichten    lezers schrijven    feel estate    web strikes back    cella    Indonesie    road    kolofon

 

Logos Trio in Indonesie (13 slot)

(wat voorafging)

 

 

Het einde en tevens het hoogtepunt van de reis is in zicht.

Toen ik enkele jaren terug voor een bevriend fotograaf een boek over Borobudur kocht, had ik nooit durven dromen, al dit prachtigs ooit met eigen ogen te kunnen aanschouwen. Maar tegelijkertijd hadden publikaties allerhande me toch ook altijd weer een chaotische en rommelige indruk van deze reusachtige Boeddhistische stoepa gebracht. Daar veranderde zelfs de indrukwekkende fotoreportage van mijn vriend niet veel aan. Het plattegrond ziet er heel ordentelijk uit, maar de beelden zelf bieden geen overzicht. Hoe anders zal mijn beleving ter plaatse niet zijn. Borobudur is gewoon te groot om op een plaatje te worden gevat. Maar meer nog dan de esthetische kracht, zal de filosofie in dit bouwerk vervat, een uitzonderlijke indruk op mij maken.
Maar zover zijn we nog niet. Een aantal andere bezoeken, bereiden ons voor op wat komen zal. Eerst exploreren we nog het Hindoeistische Prambanam van nabij.
Het is een groot ommuurd terrein met goedgekonserveerde ruines van vele tempels op. Allen dragen ze de zo typische vihara's: de torens opgebouwd uit miniatuurvoorstellingen van het gebouw zelf. Het geheel maakt een donkere indruk, door de grijze natuursteen. Twee gehoofddoekte meisjes komen ons vragen of ze ons niet mogen rondleiden, om zo hun Engels te oefenen. We aanvaarden lachend hun voorstel en reeds bij voorbaat verdenk ik hen ervan, ons een les in Islamologie te zullen geven. Maar niets is minder waar en ik herken beschaamd een vooroordeel van formaat bij mezelf, dat me nu nog doet blozen. Deze giechelende tieners, die hun bewondering voor Godfrieds verschijning niet onder stoelen of banken steken, leggen een zo gedetailleerde kennis over het Hindoeisme aan de dag, dat ik er versteld van sta. Daarbij maken ze ook duidelijk dat niet alleen het Hindoeisme, maar ook het Boeddhisme voor hen geen onbekend terrein zijn. Ze hebben zich blijkbaar probleemloos een allegaartje uit die verschillende religies weten eigen te maken.

Geen indoktrinatie, maar juist een aardig lesje in openheid en tolerantie. Wat een fout beeld brengen de media ons in het westen door veel te veel alles over eenzelfde kam te scheren.

Nu eens klimmen we een Ganesha tempel op, dan weer is Vishnu, Brahma of Shiva aan de beurt. Ook hun respektievelijke rijdieren komen aan bod. Ieder zijn eigen huis, zo heeft de bouwer vast gedacht. Binnen is het steevast stikdonker en alleen in de lichtflits van de fotokamera's kunnen we een vluchtige glimp opvangen van de skulptuur die in het midden van het kleine vertrek staat. Even aaien over Ganesha's olifantenslurf en voorspoed en welstand zijn gegarandeerd. Hoe eenvoudig toch zo'n pad naar geluk. Waarom gebruiken we het niet meer?

Thuis ontdek ik op mijn ontwikkelde kiekjes, dat de slurf glimmend zwart is en de rest van het beeld dof grijs. Dus de weg is toch veel beproefd. Zou het misschien daardoor zijn dat Indonesische mensen vaak zo'n prachtige glimlach dragen?
De gebouwen zijn versierd met zware beeldhouwwerken in bizarre bolvorm. "This diamonds", leggen de meisjes uit. "They symbolise wealth obtained through Hinduism." Geen gegrinnik, geen gepreek, zelfs geen spoortje cynisme. Ze laten het bij deze eenvoudige opmerking. Wat bezielt hen toch die kraakwitte hoofddoek dan toch zo strak over hun voorhoofd en onder hun kin dicht te knopen. Het is en blijft me een raadsel.

Onze volgende uitstap brengt ons naar het oude stadscentrum van Yogyakarta. Even rondkuieren op de vogelmarkt. De nauwe straatjes krioelen van het vele volk. De vogels in hun bamboekooien hebben alle kleuren van de regenboog. Even verder is er nog een gewone voedselmarkt met geurige kruiden en onbekende spijzen. Maar veel tijd rest ons niet want we wilen de dansvoorstelling in het Kraton, het paleis van de sultan, niet missen. Ik maak er een opname van de vorstelijke gamelanklanken. De dansers die hier het Ramayana uitbeelden, zijn bijzonder fijn uitgedost en vormen een schril kontrast met de meer toeristische vertoning die we de eerste avond bijwoonden.
Bejaarde paleiswachters dragen hun kris fier op de rug. Zij zijn de enigen die dit wapen mogen dragen. Het symboliseert hun gewichtige funktie. De marmeren vloer van de overdekte ontvangsthal weerspiegelt het dak met elegant opkrullende hoekpunten. Op de ballustrades bewonderen we de symbolen van de verschillende geloofssystemen en de recent bijgekraste kruisjes. Zoals wel meer in het Verre Oosten gebeurt, is ook de toegangspoort van dit paleis afgeschermd door een muur die pal voor de ingang is opgetrokken. Slechts een nauwe opening is tussen deze wand en de paleismuur zelf vrijgelaten. Zonder enkele scherpe bochten te maken, kom je niet binnen. Het kwaad kan evenwel volgens hun traditie geen plotse wendingen maken en blijft steevast dezelfde richting uitgaan. Resultaat: de sultanverblijfplaats is ontoegankelijk voor het kwaad. Wat die met kris bewapende wachters dan nog te doen hebben is ook alweer zo'n onbeantwoordbare vraag.

Uiteindelijk komt dan het langverwachte moment.

De laatste namiddag van onze Indonesische koncertreis, brengt de chauffeur ons naar Borobudur.
Mijn hart klopt in mijn keel wanneer ik op de indrukwekkende gedenkheuvel toestap. Onwillekeurig moet ik denken aan het Aborigines-heiligdom, Uluru, de Ayers Rock, in het centrum van Australie. Ook hier is er dat krachtige gevoel van thuiskomen. Een mysterieus gevoel van intense verbondenheid.

Een droom gaat in vervulling. En onze hooggespannen verwachtingen worden niet teleurgesteld. Er zijn weinig bezoekers en de gids neemt rustig de tijd om heel wat zaken te duiden. Geen rommelige chaos, maar een pure zuiverheid ademt deze magische berg uit. Net als Uluru symboliseert hij het universum. Vier perfekt vierkantige terrassen stellen de verschillende stadia op aarde voor. Hier rondwandelend, bevindt men zich tussen met rijke reliefs gedekoreerde muren.

Het leven van Boeddha wordt in detail verteld door de zwijgende stenen. Verder dan dat leven kan het oog niet reiken. Geen omgeving, geen natuur, geen hogere platforms en zeker ook geen glimp van de hogergelegen hemelterrassen zijn vanaf hier te zien.

Wel talrijke prachtige Boeddhabeelden met de handen in verschillende mudra's. Nu eens de Wet onderwijzend, dan weer in een rustig gebaar van vreesloosheid. We lopen het vierkant rond en klimmen een stapje hoger. Vervolgens gaan we na deze vier platforms onder een hoge stenen toegangspoort door, die bovenaan bekroond is met een afschrikwekkende kop met uitpuilende ogen. Alweer een middel om het kwaad af te schrikken de tocht te vervolgen.

Eens onder de monsterbewaker door, sla ik een stille kreet van verrukking. In een serene pracht krijgen we een eerste aanblik van wat de hemel symboliseert.

Drie perfekt cirkelvormige plateau's, overdekt met talloze opengewerkte kleine stoepa's. In ieder van deze kleine gedenkheuvels zit een vredige Boeddha te mediteren. Ik hou gespannen de adem in. Alles straalt hier de kracht en zuiverheid van het leven uit. Achter de stoepa's, beneden aan de voet van de grote berg strekt zich het rijkelijk groene landschap, zo typisch voor Indonesie uit. De top en tevens het centrum van dit toch wel heel merkwaardige bouwwerk is bekroond met een volledig gesloten, grote stoepa.

We vatten de rondgang op het eerste cirkelvormige plateau aan. Een intense vreugde maakt zich van mij meester. Hier te zijn en rond te wandelen in deze stille hemel met uitzicht op zo'n schitterende natuur, kan voor mij alleen maar bij benadering in woorden worden gevat.

Hoe verschillend is deze ervaring van eender welke afbeelding die ik ooit van deze plek heb gezien. Terwijl we nog een platform hoger klimmen en ik doorheen de openingen van de kleine stoepa's geregeld een glimp van een ingetogen Boeddha-gezicht aankijk, valt het me op dat de uitsparingen in de gedenkheuvels van het hoogste plateau een andere vorm hebben.

Hier beneden zijn de stenen zo opeengestapeld dat een ruitvormige opening ontstaat, waardoorheen de Boeddha naar buiten zou kunnen turen. Maar op het hoogste platform zijn die uitsparingen vierhoekig. Is dat niet de vorm van de wereld, zoals de plateau's hier beneden?

Het laatste rondje lopend, tuur ik gespannen naar ieder Boeddha-gezicht. Niet eentje wil ik missen. Ik voel dat hier iets heel opmerkenswaardigs te leren valt. En wat schrik ik, wanneer ik bij de laatste kleine stoepa geen Boeddha kan ontwaren. "Where is the Boeddha gone?", vraag ik verbluft aan de gids. De man antwoordt heel eenvoudig: "Arrived at the highest level of the Boeddhist heaven, one realises his place is down there between the people. Boeddha has returned to the earth."

Een onverwoordbare vreugde maakt zich van mij meester.
Rustig voel ik de luchtstroom van mijn adem.
Dankbaar om zoveel onuitgesproken moois.
Op onze terugweg houdt de chauffeur nog even halt bij een kronkelende rivier. "Look, the skin of the water", maant hij ons aan. "Very special". In het water weerspiegelt zich slechts een wolkenloze hemel. Op het wateroppervlak dansen onophoudelijk kringen rond rotspunten.

In de rivierbedding zitten steenkappers. Kei voor kei slaan ze stuk. De tropische zon heet op hun huid.

M.D.